Home / Kennisbank / De onteigeningswet uitgelegd

De onteigeningswet uitgelegd

De onteigeningswet uit 1851 is opgegaan in de Omgevingswet. Lees wat er per 2024 veranderde en wat dat betekent voor uw positie als grondeigenaar.

Wie zich verdiept in onteigening stuit al snel op de onteigeningswet. Logisch, want die wet heeft ruim anderhalve eeuw het kader gevormd voor gedwongen eigendomsovergang in Nederland. Er is alleen één probleem: de onteigeningswet bestaat sinds 1 januari 2024 niet meer als zelfstandige wet. De regels zijn opgegaan in de Omgevingswet, en de procedure is daarbij ingrijpend gewijzigd.

Dat is geen detail voor juristen. Het raakt direct aan de vraag welke termijnen voor u gelden, wie het besluit neemt en waar u uw bezwaren kwijt kunt. Veel van wat online over de onteigeningswet te vinden is, dateert van vóór die wijziging en klopt eenvoudigweg niet meer. In dit artikel zetten wij uiteen wat er stond, wat er is veranderd en wat dat voor u betekent. Meer achtergrond over het onderwerp vindt u op onze pagina over onteigening.

💡 De kern in het kort

  • De onteigeningswet uit 1851 is per 1 januari 2024 ingetrokken en opgegaan in de Omgevingswet.
  • Het Koninklijk Besluit is vervangen door een onteigeningsbeschikking van het bestuursorgaan zelf.
  • Nieuw is dat de bestuursrechter die beschikking altijd moet bekrachtigen, ook zonder bezwaar van uw kant.
  • De drie klassieke toetsstenen zijn gebleven: algemeen belang, noodzaak en urgentie.
  • Ook het recht op volledige schadeloosstelling is ongewijzigd overgenomen.
  • Voor dossiers die vóór 2024 liepen kan het oude recht nog gelden. Laat dat controleren.

Waar de onteigeningswet vandaan komt

De onteigeningswet dateert uit 1851 en behoort daarmee tot de oudste wetten van Nederland. Zij kwam voort uit een tijd waarin spoorlijnen, kanalen en wegen door het land werden getrokken en de overheid daarvoor grond nodig had. Tegelijk was er de wens het eigendomsrecht te beschermen tegen willekeur. Die dubbele opdracht, ruimte maken voor het algemeen belang zonder de eigenaar rechteloos te maken, vormt tot op vandaag de ruggengraat van het onteigeningsrecht.

De wet regelde twee dingen. Ten eerste de vraag wanneer en op welke gronden mocht worden onteigend. Ten tweede de vraag hoe de schadeloosstelling moest worden vastgesteld. Dat tweede deel bleek zo doordacht dat het bij de recente herziening vrijwel ongewijzigd is overgenomen. Het eerste deel is wél op de schop gegaan.

In de loop van de twintigste eeuw is de wet meermaals aangepast, met de grote wijziging van 1920 als bekendste. De structuur bleef echter overeind: een Koninklijk Besluit vormde de kern van de procedure, en de civiele rechter had het laatste woord over de vergoeding.

Wat er per 1 januari 2024 veranderde

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de onteigeningswet ingetrokken. Onteigening is daarmee onderdeel geworden van het brede stelsel dat ook het omgevingsplan, de omgevingsvergunning en het projectbesluit regelt. De gedachte daarachter is dat onteigening zelden op zichzelf staat: er ligt altijd een ruimtelijk besluit aan ten grondslag, en die twee sporen horen bij elkaar.

De meest ingrijpende wijziging zit in het besluit zelf. Waar voorheen de Kroon bij Koninklijk Besluit tot onteigening besloot, neemt nu het bestuursorgaan zelf een onteigeningsbeschikking. Dat kan de gemeenteraad zijn, gedeputeerde staten, het dagelijks bestuur van een waterschap of een minister, afhankelijk van wie het onderliggende plan uitvoert. Het besluit ligt daarmee dichter bij de partij die het belang heeft.

Dat klinkt als een verzwakking van uw positie, en op het eerste gezicht is het dat ook. De wetgever heeft er daarom een waarborg tegenover gezet die er eerder niet was. Daarover gaat de volgende paragraaf.

De bekrachtiging door de bestuursrechter

Een onteigeningsbeschikking werkt niet uit zichzelf. Zij moet worden bekrachtigd door de bestuursrechter voordat de onteigening kan doorgaan. Dat gebeurt ambtshalve, dus ook wanneer u geen enkele stap onderneemt. De rechter toetst of aan de wettelijke eisen is voldaan, en pas na bekrachtiging kan het traject verder.

Deze automatische rechterlijke toets is winst. Onder de oude onteigeningswet moest u zelf in actie komen om een besluit aan te vechten. Nu ligt er hoe dan ook een rechter over uw dossier gebogen. Dat betekent alleen niet dat u achterover kunt leunen. De rechter toetst wat hem wordt voorgelegd, en uw specifieke bezwaren komen alleen op tafel als u ze zelf inbrengt.

Daar zit de valkuil. De bekrachtigingsprocedure kent termijnen, en wie die laat verstrijken verspeelt argumenten die later niet meer terugkomen. Wij zorgen dat uw verweer op tijd en volledig op tafel ligt. Bel ons zodra de beschikking in beeld komt.

Onteigeningswet 1851Geldend tot 1 januari 2024Besluit bij Koninklijk BesluitZelf bezwaar maken bij de rechterZelfstandige wet uit 1851Civiele rechter bepaalt vergoedingIngetrokkenOmgevingswetVanaf 1 januari 2024Beschikking van bestuursorgaanBestuursrechter bekrachtigt altijdOnderdeel van de OmgevingswetSchadeloosstelling ongewijzigdGeldend recht

De drie toetsstenen die bleven

Wat de wetswijziging níét heeft veranderd, zijn de inhoudelijke eisen waaraan een onteigening moet voldoen. Die zijn in de rechtspraak van meer dan een eeuw uitgekristalliseerd en zijn onder de Omgevingswet gewoon overgenomen.

De eerste eis is het algemeen belang. Onteigening mag uitsluitend voor een publiek doel, zoals woningbouw, infrastructuur, waterveiligheid of natuur. Een gemeente die grond wil verwerven omdat dat financieel aantrekkelijk is, heeft daarmee geen grond voor onteigening.

De tweede eis is de noodzaak. Het doel moet niet op een minder ingrijpende manier bereikbaar zijn. Hier ligt het aanknopingspunt voor zelfrealisatie: kunt u de nieuwe bestemming zelf verwezenlijken, dan ontbreekt de noodzaak om u te onteigenen. De derde eis is de urgentie. Er moet een concreet en uitvoerbaar plan liggen dat binnen afzienbare tijd tot uitvoering komt, geen voornemen voor over tien jaar.

Deze drie eisen vormen de kern van vrijwel elk succesvol verweer. Zij zijn geen formaliteit maar een echte drempel. Wij toetsen elk dossier hier als eerste op. Lees meer over de juridische achtergrond in onteigeningsrecht: de juridische basis.

De verplichting tot minnelijk overleg

Ook onder de nieuwe wet geldt dat onteigening een uiterst middel is. De overheid moet eerst een serieuze poging doen om uw grond in overleg te verwerven. Niet een pro forma brief met een bod, maar een reëel traject waarin over prijs en voorwaarden is onderhandeld.

Voor u is dat meer dan een procedurele waarborg. Het is uw sterkste moment. In de minnelijke fase heeft de overheid belang bij overeenstemming, want een onteigeningstraject kost tijd, geld en politiek kapitaal. Dat belang vertaalt zich in onderhandelingsruimte, mits u weet waar die ruimte zit.

Wie in deze fase te snel akkoord gaat, laat vrijwel altijd geld liggen. Wie zonder onderbouwing weigert, verspeelt goodwill zonder er iets voor terug te krijgen. Het gaat om de tussenweg: onderbouwd tegenwicht. Lees hoe die fase verloopt in minnelijke verwerving door de overheid.

Schadeloosstelling: het deel dat ongewijzigd bleef

Het schadeloosstellingsrecht uit de oude onteigeningswet is vrijwel integraal overgenomen. Het uitgangspunt blijft dat u volledig schadeloos wordt gesteld en na de onteigening in een gelijkwaardige vermogenspositie en inkomenspositie verkeert als daarvoor. Niet de marktwaarde van uw grond is de maatstaf, maar uw totale nadeel.

Die schadeloosstelling bestaat uit drie componenten: vermogensschade, inkomensschade en bijkomende schade. De vaststelling gebeurt door de civiele rechter, die zich laat voorlichten door deskundigen. Ook dat systeem is gebleven.

De praktijk leert dat het verschil tussen een eerste bod en een correcte schadeloosstelling zelden in de grondwaarde zit. Het zit in de posten die daaromheen hangen. Wij zetten die uiteen in schadeloosstelling bij onteigening.

Overgangsrecht: welke regels gelden voor uw dossier?

Niet elk dossier valt onder het nieuwe recht. Voor procedures die al liepen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan het oude regime nog van toepassing zijn. Dat kan uitmaken voor de vraag wie beslist, welke termijnen gelden en welke rechtsgang openstaat.

Loopt uw dossier al langer, of is het onderliggende ruimtelijke besluit vóór 2024 genomen, dan is de vraag welk recht geldt geen academische kwestie. Zij bepaalt uw eerstvolgende stap. Wij zoeken dat voor u uit voordat er iets misgaat.

In de praktijk zien wij drie situaties. Is de onteigeningsprocedure vóór 2024 formeel gestart, dan loopt die doorgaans onder het oude regime uit. Is het ruimtelijke besluit oud maar de onteigening nieuw, dan geldt voor de onteigening zelf het nieuwe recht terwijl het onderliggende besluit onder het oude stelsel is genomen. Ligt alles na 1 januari 2024, dan is de Omgevingswet onverkort van toepassing.

Die tweede situatie is de lastigste, en tegelijk de meest voorkomende. Er is dan een bestemmingsplan dat inmiddels van rechtswege deel uitmaakt van het omgevingsplan, terwijl de onteigening via de nieuwe route verloopt. Of het onderliggende besluit de nieuwe onteigening nog kan dragen, is precies het soort vraag waarop een verweer kan slagen. Laat dat toetsen voordat u ergens mee instemt.

Wat de wetswijziging voor u betekent

Onder de streep verandert er voor uw rechten minder dan de omvang van de operatie doet vermoeden. Uw recht op volledige schadeloosstelling staat, de drempels van algemeen belang, noodzaak en urgentie staan, en de plicht tot minnelijk overleg staat. Wat wél verandert is het speelveld: andere besluitvormer, andere procedure, andere termijnen.

Juist in zo’n overgangsperiode ontstaan fouten, ook aan de kant van de overheid. Beschikkingen die niet deugdelijk zijn onderbouwd, onderzoeken die nog op de oude leest zijn geschoeid, urgentie die onvoldoende is aangetoond. Dat zijn openingen, mits iemand ze ziet.

Onze onteigeningsdeskundigen zijn aangesloten bij de DOBS en werken uitsluitend voor de getroffen eigenaar, nooit voor een overheid. U wilt toch niet met iemand in zee gaan die ook afhankelijk is van uw tegenpartij? Bekijk onze aanpak op de pagina onteigeningsadvies.

De wet boven de wet: Grondwet en eigendomsbescherming

Boven de onteigeningsregels van de Omgevingswet staat een laag die vaak over het hoofd wordt gezien. De Grondwet bepaalt dat onteigening alleen kan in het algemeen belang, bij of krachtens de wet, en tegen vooraf verzekerde schadeloosstelling. Die drie voorwaarden zijn niet onderhandelbaar en kunnen door geen enkele gemeente terzijde worden geschoven.

Daarnaast beschermt het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens het ongestoord genot van eigendom. Dat verdrag stelt aanvullende eisen: er moet een eerlijk evenwicht bestaan tussen het algemeen belang en de last die op u als individuele eigenaar wordt gelegd. Een onteigening die u onevenredig zwaar treft, kan daarop stranden.

In de praktijk komen die hogere normen vooral in beeld wanneer een onteigening formeel klopt maar materieel wringt. Bijvoorbeeld wanneer een bedrijf feitelijk wordt beëindigd terwijl het plan met een kleinere ingreep ook uitvoerbaar was geweest. Dat is een verweer dat zorgvuldige opbouw vraagt, maar het bestaat.

Wij toetsen elk dossier ook op dit niveau, niet alleen op de tekst van de Omgevingswet. Betrek ons dan in uw strijd.

Veelgestelde vragen over de onteigeningswet

Bestaat de onteigeningswet nog?

Nee, niet als zelfstandige wet. De onteigeningswet uit 1851 is per 1 januari 2024 ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De regels over onteigening zijn in de Omgevingswet opgenomen. Het schadeloosstellingsrecht is daarbij vrijwel ongewijzigd overgenomen, de procedure om tot onteigening te komen is wel ingrijpend veranderd.

Wie neemt nu het onteigeningsbesluit?

Het bestuursorgaan dat het onderliggende plan uitvoert neemt de onteigeningsbeschikking. Dat kan de gemeenteraad zijn, gedeputeerde staten, een waterschapsbestuur of een minister. Het Koninklijk Besluit is daarmee verdwenen. De beschikking werkt pas na bekrachtiging door de bestuursrechter, en die bekrachtiging vindt altijd plaats, ook zonder bezwaar van uw kant.

Ben ik er slechter aan toe onder de Omgevingswet?

Niet wat uw materiële rechten betreft. Het recht op volledige schadeloosstelling en de eisen van algemeen belang, noodzaak en urgentie zijn ongewijzigd. Wel neemt de partij met het belang nu zelf het besluit, waar dat eerder de Kroon was. Daar staat de verplichte rechterlijke bekrachtiging tegenover, die er onder de oude wet niet was.

Geldt de nieuwe wet ook voor mijn lopende dossier?

Dat hangt af van het overgangsrecht en van het moment waarop de procedure is gestart. Voor trajecten die al liepen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan het oude recht nog gelden. Omdat dit bepaalt welke termijnen en welke rechtsgang voor u openstaan, is het verstandig dit vroeg te laten vaststellen in plaats van er later achter te komen.

Kan ik de onteigeningsbeschikking aanvechten?

Ja. U kunt uw bezwaren inbrengen in de bekrachtigingsprocedure bij de bestuursrechter. Daarbij toetst de rechter of aan de wettelijke eisen is voldaan. De meest kansrijke verweren richten zich op het ontbreken van noodzaak, bijvoorbeeld via een beroep op zelfrealisatie, of op onvoldoende urgentie van het plan. Let op de termijnen, want die zijn hard.

Verandert er iets aan mijn vergoeding?

Nee. Het schadeloosstellingsrecht is bij de overgang naar de Omgevingswet vrijwel ongewijzigd gebleven. U heeft recht op volledige schadeloosstelling, opgebouwd uit vermogensschade, inkomensschade en bijkomende schade. De civiele rechter stelt die vast als partijen er samen niet uitkomen. Uw uitgangspositie is op dit punt dus onveranderd sterk.

Tot slot

De onteigeningswet is verdwenen, het onteigeningsrecht niet. Wat overeind bleef zijn juist de bepalingen die u beschermen: de eis van algemeen belang, de toets op noodzaak en urgentie, de plicht tot minnelijk overleg en het recht op volledige schadeloosstelling. Wat veranderde is de route ernaartoe.

Die route kennen is het verschil tussen meebewegen en tegenwicht bieden. Onze aanpak kenmerkt zich door strijdvaardigheid voor de klant. Helder, concreet en weldoordacht.

Heeft u met onteigening te maken of ziet u het aankomen? Neem contact met ons op en leg uw situatie aan ons voor. Wij zorgen ervoor.

Impressies uit ons werkgebied
Parkweide met zicht op de kerktoren
Weiland met schapen langs een rietkraag
Erf en landweg vanuit de lucht
Laan langs een erf in het buitengebied


← Terug naar kennisbank

Wilt u weten hoe u ervoor staat?

Legt u uw situatie voor aan een van onze rentmeesters. U krijgt een helder oordeel over uw positie en over de stappen die verstandig zijn.

Leg uw situatie voor

In Memoriam Johan van der Slikke (1951–2025)

Op donderdag 19 juni jl. ontvingen wij het droevige bericht dat Johan van der Slikke is overleden. Johan was een bevlogen rentmeester en ondernemer met een scherp oog voor de agrarische sector. Met zijn kantoor, opgericht in de jaren ’80 op Schouwen-Duiveland, bouwde hij aan een indrukwekkende praktijk in Zeeland, West-Brabant en ver daarbuiten.

Johan stond bekend om zijn passie voor het vak, zijn warme omgang met klanten en zijn visie op rentmeesterschap. Onder zijn leiding groeide het kantoor uit tot een breed georiënteerd bedrijf met activiteiten op het gebied van makelaardij, beheer, taxatie en onteigening — altijd met een persoonlijke en deskundige benadering.

In 2019 koos Johan bewust voor een overdracht van zijn onderneming aan Van Hoven & Oomen, met wie hij al lange tijd een warme band onderhield. Zo ontstond Van Hoven & Oomen Van der Slikke Rentmeesters — een samensmelting van gedeelde waarden en kennis.

Johan was een echt mensenmens: bourgondisch, humoristisch, innemend en vol verhalen. Hij laat een blijvende indruk achter.

Wij wensen zijn vrouw Marieke, de kinderen en kleinkinderen veel kracht en troost toe in deze moeilijke tijd.

_60A7955 _60A7955