Wie een agrarisch bedrijf of een ander familiebedrijf aan de volgende generatie schenkt of nalaat, krijgt te maken met schenk- of erfbelasting over de waarde ervan. Zonder faciliteit kan die belasting zo hoog uitvallen dat de opvolger grond of gebouwen moet verkopen om haar te betalen. De bedrijfsopvolgingsregeling, kortweg BOR, voorkomt dat grotendeels. U leest hier welke voorwaarden en percentages in 2026 gelden en waarom de waardering van uw grond zo zwaar weegt.
De BOR is een van de onderwerpen bij een bedrijfsoverdracht in de landbouw, naast onder meer de pacht, de woning en de positie van de andere kinderen. Van Hoven & Oomen is geen belastingadviseur, maar waardeert als rentmeester en NRVT-taxateur het bedrijf en de grond waarop de regeling wordt toegepast. De fiscale uitwerking stemt u altijd af met uw eigen fiscalist of accountant, met wie wij in zulke trajecten samenwerken.
- Bedrijfsoverdracht en beëindiging: uw agrarisch bedrijf overdragen of afbouwen
- Stakingswinst: belastingheffing bij bedrijfsbeëindiging
- Herinvesteringsreserve: belastinguitstel bij verkoop bedrijfsmiddelen
- Doorschuifregeling bij bedrijfsoverdracht: hoe werkt het?
- Bedrijfsbeëindiging in de agrarische sector: opties en fiscale gevolgen
- Landbouwgrond in box 3: waardering en belasting
- Boerderij overnemen: stappenplan voor bedrijfsopvolging
- Uittreden uit een agrarische maatschap: juridisch en fiscaal
- Grond en vastgoed schenken aan uw kinderen: fiscale aspecten
💡 De kern in het kort
- De bedrijfsopvolgingsregeling verlaagt de schenk- en erfbelasting voor wie een onderneming verkrijgt en voortzet.
- In 2026 is de going-concernwaarde tot € 1.543.500 volledig vrijgesteld en het meerdere voor 75%.
- Bij schenking moet de schenker vijf jaar eigenaar zijn en de verkrijger minimaal 21 jaar oud.
- De verkrijger moet de onderneming minimaal drie jaar voortzetten, anders vervalt de vrijstelling.
- Grond die aan een derde is verpacht, geldt als beleggingsvermogen en valt buiten de regeling.
- Een onderbouwde taxatie van bedrijf en grond bepaalt mede hoeveel vrijstelling u werkelijk krijgt.
Wat de bedrijfsopvolgingsregeling inhoudt
De bedrijfsopvolgingsregeling staat in de Successiewet en geldt dus voor de schenk- en erfbelasting, niet voor de inkomstenbelasting. Krijgt u een onderneming of aandelen in een bv met een onderneming geschonken, of erft u die, dan betaalt u in beginsel belasting over de volle waarde. Zet u de onderneming voort, dan betaalt u dankzij de BOR minder of geen belasting.
De BOR regeling kent drie onderdelen: een vrijstelling voor de verkrijger die de onderneming voortzet, uitstel van betaling voor de belasting die daarna overblijft, en uitstel van betaling voor erfgenamen die de onderneming niet voortzetten maar wel een vordering voor hun deel krijgen. Deze onderdelen kunt u naast elkaar gebruiken. Voor de inkomstenbelasting bestaat een aparte regeling, waarover verderop meer.
De vrijstelling in 2026: percentages en drempel
De Belastingdienst gaat uit van de hoogste van twee waarden: de going-concernwaarde, de waarde van het bedrijf als samenhangend geheel inclusief overdraagbare goodwill, en de liquidatiewaarde, de som van de afzonderlijk gewaardeerde bedrijfsmiddelen. Over de going-concernwaarde tot € 1.543.500 krijgt u in 2026 een vrijstelling van 100%, over het deel daarboven 75%. Dat laatste percentage is per 1 januari 2025 verlaagd van 83%, terwijl de drempel toen omhoogging; in 2025 lag die op € 1.500.000.
Is de liquidatiewaarde hoger dan de going-concernwaarde, dan is het verschil volledig vrijgesteld. Dat komt in de landbouw geregeld voor, omdat grond in de liquidatiewaarde tegen de waarde in het economische verkeer meetelt, terwijl het rendement van het bedrijf die waarde niet altijd rechtvaardigt. Een vereenvoudigd voorbeeld: bij een going-concernwaarde van € 2.000.000 en een liquidatiewaarde van € 2.400.000 is eerst het verschil van € 400.000 vrij, daarna de eerste € 1.543.500 volledig en ruim € 342.000 van de rest. Van het ondernemingsvermogen blijft dan ruim € 114.000 belast, waarvoor uitstel van betaling mogelijk is.
Bezitseis en leeftijd: wie de BOR kan toepassen
Bij een erfenis moet de overledene minimaal één jaar eigenaar van de onderneming zijn geweest, bij een schenking geldt een bezitstermijn van vijf jaar. Heeft de overdrager zijn belang binnen die termijn vergroot, dan geldt de vrijstelling niet voor die uitbreiding. De verkrijger moet bij een schenking sinds 1 januari 2025 minimaal 21 jaar oud zijn; bij erven geldt geen minimumleeftijd.
Sinds 1 januari 2026 wordt de bezitstermijn bovendien langer bij een hoge leeftijd van de overdrager: met een half jaar voor elk jaar dat de erflater meer dan twee jaar, of de schenker meer dan zes jaar, boven de AOW-leeftijd zit. De wettekst koppelt deze verlenging aan aandelen in een bv en aan vastgoed dat de aandeelhouder aan zijn eigen bv ter beschikking stelt. Werkt u met een bv of overweegt u die, laat dan nagaan wat dit voor uw planning betekent.
De voortzettingseis: drie jaar doorgaan met het bedrijf
Na de overdracht moet de verkrijger de onderneming minimaal drie jaar voortzetten; voor verkrijgingen vóór 1 januari 2025 gold nog vijf jaar. Bij aandelen moet de verkrijger drie jaar eigenaar blijven en moet de vennootschap de onderneming blijven drijven. Voldoet u niet aan de eis, dan vervalt de vrijstelling geheel of voor het deel waarmee u stopt, en wordt de aanslag opnieuw berekend.
Verkoop van een deel van de onderneming, een samenwerkingsverband waardoor uw winstaandeel daalt, een andere bedrijfsactiviteit of een faillissement kunnen betekenen dat u niet meer voldoet. Bij een agrarisch bedrijf roepen bijvoorbeeld het afstoten van een bedrijfstak of een grote grondverkoop in die periode vragen op, dus laat het effect vooraf toetsen. Doet zo’n gebeurtenis zich voor, dan doet u binnen acht maanden aangifte. Bij twijfel kunt u de Belastingdienst om een vooroverleg vragen.
Ondernemingsvermogen of beleggingsvermogen
De belangrijkste vraag is welk deel van het vermogen als ondernemingsvermogen telt. De regeling geldt alleen voor een lopende onderneming waarin daadwerkelijk ondernemingsactiviteiten plaatsvinden. Beleggingen vallen erbuiten, ook als ze op de balans van het bedrijf staan, en over dat deel betaalt de verkrijger gewone schenk- of erfbelasting.
Voor vastgoed ligt de grens sinds 1 januari 2024 in de wet vast. Onroerende zaken die meer dan bijkomstig aan een ander ter beschikking staan, bijvoorbeeld door verhuur of verpachting, tellen niet mee. Grond die de overdrager ter beschikking stelt aan een maatschap of vof waaruit hij zelf winst geniet, of aan een bv waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, geldt niet als ter beschikking gesteld aan een ander. Ook bedrijfsmiddelen van € 103.000 of meer per stuk tellen in 2026 niet mee, voor zover ze voor meer dan bijkomstig gebruik buiten het bedrijf zijn bestemd.
Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Ons team staat voor u klaar, met al uw vastgoedvragen.
Verpachte grond en de BOR: waar de grens ligt
Grond die u met een reguliere of geliberaliseerde pachtovereenkomst aan een andere agrariër verpacht, staat aan een ander ter beschikking en valt dus buiten de BOR, ook als die nog op de balans van uw bedrijf staat. Bij een bedrijf dat deels zelf boert en deels verpacht, valt de vrijstelling daardoor lager uit dan veel eigenaren verwachten. De verpachte grond wordt afzonderlijk gewaardeerd, doorgaans lager dan vrije grond omdat de pachter een sterke positie heeft. De praktijk van het verpachten beschrijven wij bij grond verpachten; wat er na staking met zulke grond gebeurt, staat in landbouwgrond in box 3.
De wet maakt één uitzondering, die vooral voor de akkerbouw en de vollegrondsteelt telt. Los land dat u met een schriftelijke teeltpachtovereenkomst ter beschikking stelt voor een- of tweejarige teelten waarvoor vruchtwisseling nodig is, telt voor de BOR wel mee als ondernemingsvermogen. Het gaat om overeenkomsten van ten hoogste één of twee jaar, waarbij percelen tijdelijk aan een andere teler worden gegeven. Een langere pacht valt niet onder deze uitzondering.
Waarom de waardering van grond en bedrijf zo bepalend is
Uit het voorbeeld blijkt dat het belaste deel alleen afhangt van de going-concernwaarde boven de drempel. Daar kijkt de Belastingdienst dan ook het scherpst naar. Die waarde volgt uit het rendement, de toekomstverwachting en de waarde van grond, gebouwen en productierechten. Een waarde die niet te onderbouwen is, leidt tot vragen en mogelijk tot een correctie van de aanslag.
In de liquidatiewaarde telt elk bedrijfsmiddel afzonderlijk, de grond tegen de waarde in het economische verkeer, die per perceel sterk verschilt door ligging, bodem, verkaveling en eventuele ontwikkelpotentie. Onze taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT en waarderen het bedrijf als geheel, de grond in eigen gebruik en de verpachte percelen afzonderlijk. Zo rekent uw fiscalist met cijfers die goed te verantwoorden zijn; onze werkwijze staat beschreven op de pagina vastgoedtaxatie.
Samenhang met de doorschuifregeling en andere belastingen
Bij een overdracht spelen meestal drie belastingen tegelijk, waarvan de BOR alleen de schenk- en erfbelasting raakt. Voor de inkomstenbelasting kan de stakingswinst onder voorwaarden overgaan op de opvolger via de doorschuifregeling bij bedrijfsoverdracht. Voor de overdrachtsbelasting geldt bij een bedrijfsoverdracht van ouders aan kinderen onder voorwaarden een vrijstelling; zie overdrachtsbelasting bij grond.
De voorwaarden sluiten niet vanzelf op elkaar aan. Voor doorschuiven moet de opvolger bij een overdracht bij leven in de 36 maanden ervoor als medeondernemer of werknemer in het bedrijf actief zijn geweest, terwijl voor de BOR de bezitstermijn van vijf jaar en de leeftijd van 21 jaar tellen. Het moment van overdracht moet daarom zo liggen dat aan alle eisen tegelijk is voldaan. Voor een landgoed onder de Natuurschoonwet gelden eigen faciliteiten; zie landgoed erven.
Uitstel van betaling en de positie van andere kinderen
Blijft er na de vrijstelling belasting over, dan kan de verkrijger uitstel van betaling krijgen via een conserverende aanslag die hij in maximaal tien jaar betaalt, met invorderingsrente. Stopt hij binnen die tien jaar met de onderneming, dan vervalt het uitstel. Bij een erfenis kunnen erfgenamen die het bedrijf niet voortzetten, maar wel een vordering op de opvolger krijgen, voor de erfbelasting over die vordering eveneens tot tien jaar uitstel krijgen.
Juist de verhouding tussen opvolger en andere kinderen vraagt om zorgvuldige afspraken over de overnameprijs, de vordering en grond die buiten de overdracht blijft. Hoe ouders en opvolger dat proces aanpakken, beschrijven wij in het stappenplan voor boerderij overnemen. Voor percelen die buiten het bedrijf blijven en later worden geschonken, gelden de gewone tarieven en vrijstellingen; die staan bij grond schenken aan kinderen.
De BOR aanvragen en de overdracht voorbereiden
U vraagt de BOR aan in de aangifte schenk- of erfbelasting, waarin u de vrijstelling en eventueel uitstel van betaling verzoekt. Doe dat tijdig: staat de aanslag eenmaal definitief vast, dan kunt u er geen gebruik meer van maken. Voor een schenking in 2026 moet de aangifte vóór 1 maart 2027 binnen zijn.
Een goede voorbereiding begint jaren eerder. Breng in kaart wat ondernemingsvermogen is en wat beleggingsvermogen, laat bedrijf en grond taxeren en bespreek met uw fiscalist of de structuur past bij de gewenste overdracht. Controleer ook of de bezitstermijnen zijn vervuld en of de opvolger aan de eisen voor de inkomstenbelasting voldoet.
Veelgestelde vragen over de bedrijfsopvolgingsregeling
Geldt de bedrijfsopvolgingsregeling ook voor een maatschap?
Ja. Ook een aandeel in een maatschap of vof kan onder de BOR vallen, mits het om een lopende onderneming gaat en aan de bezits- en voortzettingseisen is voldaan. Grond die een maat aan de eigen maatschap ter beschikking stelt, geldt niet als verpacht aan een ander, zolang hij zelf winst uit die maatschap geniet.
Valt de bedrijfswoning onder de BOR regeling?
Dat hangt ervan af of de woning fiscaal tot het ondernemingsvermogen behoort en hoe zij wordt gebruikt. Een woning die aan derden wordt verhuurd, valt erbuiten. Laat de positie van de woning daarom vooraf door uw fiscalist beoordelen.
Wat gebeurt er als ik binnen drie jaar een deel van het bedrijf verkoop?
Dan voldoet u voor dat deel niet meer aan de voortzettingseis en vervalt de vrijstelling naar evenredigheid. U meldt dat binnen acht maanden met een aparte aangifte, waarna de aanslag opnieuw wordt berekend.
Geldt de BOR ook voor de inkomstenbelasting?
Nee, de BOR geldt alleen voor de schenk- en erfbelasting. Voor de inkomstenbelasting over de stakingswinst bestaat een aparte doorschuifregeling met eigen voorwaarden.
Kan ik de bedrijfsopvolgingsregeling gebruiken bij verkoop aan een derde?
Nee. De regeling is bedoeld voor een verkrijging door schenking of erfenis, waarna de verkrijger de onderneming voortzet. Bij verkoop aan een derde speelt voor u vooral de inkomstenbelasting; zie ons artikel over agrarisch bedrijf verkopen.
Tot slot
De bedrijfsopvolgingsregeling kan het verschil maken tussen een opvolging die financieel haalbaar is en een die strandt op een belastingaanslag. In 2026 is de going-concernwaarde tot € 1.543.500 volledig vrijgesteld en het meerdere voor 75%, mits aan de bezits-, leeftijds- en voortzettingseisen is voldaan. Hoeveel van uw vermogen eronder valt, bepaalt de grens tussen ondernemings- en beleggingsvermogen.
Voor grondeigenaren ligt het zwaartepunt vaak bij de grond: wat is in eigen gebruik, wat is verpacht en wat is het waard? Die vragen beantwoordt een onderbouwde taxatie, samen met een heldere inventarisatie van pacht en gebruik. Op die basis kan uw fiscalist bepalen welk deel van het vermogen onder de vrijstelling valt.
Van Hoven & Oomen waardeert uw bedrijf en grond en brengt de pachtverhoudingen in kaart, in afstemming met uw fiscalist en notaris. Wij werken uitsluitend voor de grondeigenaar. Ligt er een schenking of opvolging in het verschiet, neem dan contact met ons op om de taxatie tijdig in te plannen.
Regelgeving en marktomstandigheden veranderen. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen advies over uw persoonlijke situatie. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.



